verwantschap

“Als je gaat zoeken naar bloedverwanten, krijg je antwoord op je vragen. Maar elk antwoord brengt ook weer nieuwe vragen. Het levert meer turbulentie op in je leven dan je te van tevoren bedenkt. Eigenlijk kan het niet zonder begeleiding. Een zoektocht kan levens overhoop gooien.

We helpen mensen met zoeken naar bloedverwanten met wie ze niet zijn opgegroeid, bijvoorbeeld door adoptie of als de vader niet de biologische vader is. Mensen komen bij ons met een zoekvraag als ze er aan toe zijn. Leeftijd, stabiliteit in het leven en life events spelen vaak een rol. Maar ook “nu kan het nog, nu zijn mijn ouders misschien nog in leven”, of juist andersom: “ik heb gewacht tot mijn adoptieouders zijn overleden, om hen niet te kwetsen met de wens willen te weten waar ik vandaan kom”.

In deze tijd van internet en sociale media is het gemakkelijker geworden om zelf te zoeken. Ik merk dat mensen vaak al hebben gegoogeld voor ze bij ons komen. Maar ze komen niet alleen voor de diepere zoekbronnen – wij kunnen informatie opvragen uit de gemeentelijke basisadministratie en internationale registers – maar vooral voor de zorgvuldigheid. Mensen snappen wel dat je iemand niet zomaar kan overvallen. Ook voor zichzelf vinden ze het fijn dat er iemand tussen zit die het voorzichtig aanpakt en eventuele boosheid en teleurstelling opvangt.

Geheim

Kleine stapjes zijn heel belangrijk, omdat een zoektocht een heel ingrijpend traject is voor de zoeker, de gezochte en alle andere betrokkenen. De één komt het leven van de ander binnen en trekt een blik open dat mogelijk al op knappen staat of zozeer in beton is gegoten, dat er veel voorwerk verricht moet worden voordat het open kan. We horen nog steeds dat biologische moeders niet iets hebben verteld aan hun partner en/of kinderen en hun geheim het graf mee in hebben genomen.  Geheimen die wel werden gevoeld, worden door de zoekactie bewaarheid; “dus daarom ging moeder altijd…, nu begrijpen we waarom…”

Een zoektocht kan de samenstelling of positie van de kinderen in het gezin veranderen. De oudste is ineens niet meer de oudste, of de jongste wordt de middelste…  Aan zowel de kant van de zoeker als de gezochte kunnen veel mensen verbonden zijn en het raakt alle betrokkenen.

Meedoen

Een zoektocht bestaat dan ook altijd uit minimaal twee processen: het administratieve en het emotionele proces. Wil een zoektocht kans van slagen krijgen, dan moet er veel voorwerk worden gedaan. De zoeker moet bij het eigen gezin van herkomst langs: ik wil zoeken, doe je mee? De moeder/vader, broers of zussen moeten op z’n minst op de hoogte zijn, ook al wil niet iedereen meedoen. Want een gezochte zal later ook met vragen komen en die mag niet opnieuw in een geheim terechtkomen. Je moet er eerst binnen de familie over praten en vaste grond onder de voeten hebben, om de turbulentie te kunnen opvangen.

Weten waar je vandaan komt

Begeleiding bij de zoektocht naar bloedverwanten lijkt een buitenbeentje in het aanbod van Fiom Utrecht, maar dat is het niet. Ons aanbod volgt vrij logisch vanuit onze historie van begeleiding van afstandsouders.  is ontwikkeld van ‘curatie naar preventie’: we zien hoe belangrijk het is voor een kind om te weten waar het vandaan komt, wie de bloedverwanten zijn. Dat houdt rechtstreeks verband met keuzes die de volwassene/ouder  maakt bij afstand ter adoptie of zwangerschap met behulp van een donor of draagmoeder. Zo heeft alle begeleiding die we bij Fiom Utrecht bieden, met elkaar te maken.

Het spannendste moment in de zoektocht is natuurlijk het resultaat en de eerste ontmoeting. Daarover vertel ik graag in een volgend blog over zoekacties.”

Ineke Bannink, gespecialiseerd maatschappelijk werker bij Fiom Utrecht